Ga naar hoofdinhoud
In 3 stappen naar een goede lab-inrichting

Het L3Q-ontwerpproces is een bekend proces met logische stappen dat op een unieke manier wordt begeleid. Door lab-gebruikers te betrekken bij de totstandkoming van de lab-inrichting heerst er een hoge mate van betrokkenheid. Dat zorgt voor een maximaal presterend lab. De 3 ontwerpstappen zijn:

  1. Schetsontwerp (SO)
  2. Voorlopig ontwerp (VO)
  3. Definitief ontwerp (DO)

Het gefaseerde proces van kick-off en ontwerp leidt tot enorme betrokkenheid van de lab-gebruikers. Er heerst dan een gevoel van medeverantwoordelijkheid voor het ontwerp en draagvlak voor het uiteindelijke resultaat. Dit proces kost weliswaar tijd aan de voorkant, maar die tijd wordt aan de achterkant van het project meer dan terugverdiend. Door de gestructureerde en gefaseerde aanpak komt de hele ontwerpscope bovendien in gedoseerde hoeveelheid voor de lab-gebruikers op de agenda.

1. Schetsontwerp (SO)

In de schetsontwerpfase creëren we een “praatplaat” met modulaire lab-stempels op ruimteniveau. We maken een modulair vlekkenplan op afdelingsniveau. In de stempels staan verschillende configuraties van zogenaamde “functiestroken” in de lab-zones. Hier komen later de lab-meubels en floorstandingapparaten.

Schets Ontwerpstempels Ontwerpstempels

Het voorstel wordt in een SO Kick-off sessie verwerkt. Daarin gaat het vooral over hoe de FTE’s en gewenste meters uit het Programma van Eisen (PVE) kunnen inpassen in de footprints van de lab-afdelingen van het gebouw. Daarnaast wordt de keuze gemaakt over hoe de functiestroken configureren en hoe de ruimtes gecompartimenteerd worden. Belangrijk is daarbij om de facilitaire ruimtes zoals spoelkeukens, koelcellen en koude-kamers centraal te positioneren. L3Q beschikt over een uitvoerige bibliotheek met referentievoorbeelden zodat deze keuzes gefundeerd genomen kunnen worden.

SO vlekkenplan SO vlekkenplan

Daarnaast wordt in deze fase een keuze gemaakt over het lab-inrichtingssysteem en de manier waarop de E&W-voorzieningen
worden aangebracht. Deze keuzes zijn niet alleen bepalend voor het budget en de flexibiliteit van het laboratorium maar ook voor de gebouwinstallaties en bouwkundige aspecten zoals vloeren, wanden en plafonds.

VLI-Systeemkeuze VLI systeemkeuze

2. Voorlopig ontwerp (VO)

In het Voorlopig Ontwerp (VO) gaan we kijken naar de lab-voorzieningen. Bij L3Q geloven we er sterk in dat lab-voorzieningen ontkoppeld moeten zijn van lab-tafels. Dat betekent onder andere geen wandcontactdozen (wcd’s), appendages op tafelbladen, brugopstanden op tafels en zo weinig mogelijk plintmeubels. Als een table-top-centrifuge plaats moet maken voor een floor-standing-centrifuge, moet de tafel (met H- of C-frame) van de voorzieningencel verwijderd kunnen worden zonder dat er aan het leidingwerk of appendages gesleuteld hoeft te worden. Dat is het begin van een flexibel en toekomstbestendig lab.

Na het maken van deze keuzen, maken we een kostenschatting op basis van m²-kengetallen. Samen met gebruikers start L3Q met de indeling van de meubels en apparaten in de functiestroken die in het SO zijn vastgelegd. Daarvoor krijgen de gebruikers een lab-boek.

Labboek op schaal 1:50 Labboek

Dat labboek bestaat uit 1:50 tekeningen van de betreffende lab-ruimtes. De meubelstroken zijn 90 cm diep en de lengte van de stroken is in 30cm gerasterd. L3Q neemt de input van de gebruikers middels een eigen 2D-bibliotheek in de VLI-tekeningen over.

In deze fase gaat het er vooral over of alle benodigde meubels en floorstanding apparaten uit het PvE in de meubelstroken geplaatst kunnen worden. Na de VO-fase zijn alle luchtgebruikers in kaart gebracht, zijn de demarcaties met de gebouwinstallaties helder en kunnen de “VLI-VO” tekeningen (VO- Vaste Lab Inrichting) aan de gebouw-installatie-adviseur gegeven worden. In samenwerking met hen maakt L3Q een luchtconcept. Gebouwinstallaties en bouwkundige dimensionering dienen in hun modulariteit compatibel te zijn met de inrichtingselementen eronder. Pas dan is het lab echt flexibel.

Van Labboek tot VO-tekening Van labboek tot

Ook wordt in deze fase het concept voor decentrale- en centrale-voorzieningen gedefinieerd. Ultra puur water en vacuüm zijn typische decentrale media. Bijzondere gassen komen veelal uit lokale gasflessenkasten en zijn daarmede ook “decentraal”. Voorzieningen als demi-water, koelwater, perslucht en de gassen uit het centrale gasflessendepot noemen we “centraal”. Die lopen doorgaans via de schachten in een ringleiding boven de labs.

Voorbeeld Luchtconcept Luchtconcept
VLI compatibel met bouwkundige en installatieve elementen VLI compatibel

3. Definitief ontwerp (DO)

Het DO-proces wordt zoals iedere fase gestart met een kick-off-sessie. In deze sessie wordt met name gekeken naar de E&W-voorzieningen en de materialisatie en detaillering van tafels en kasten. De decentrale en centrale voorzieningen zijn al eerder conceptmatig bepaald. In de DO-fase is het van belang met een soort “standard package” aan voorzieningen aan de slag te gaan. Er wordt afgesproken wat er aan voorzieningen per strekkende meter “standaard” wordt opgenomen. Aanvullende benodigdheden worden na de kick-off in de DO-tekeningen door de gebruikers als extra aangegeven. Dit zorgt voor een modulair en tijdbestendig voorzieningenniveau.

Zo krijgen spoelunits in het “standard package” ook een demi-kraan en een oogdouche. Zuurkasten krijgen vaak standaard 8 wcd’s, een afvoerputje met proceswater en soms een of twee gas-appendages. Voor lab-tafels is doorgaans het uitgangspunt om 6 wcd’s per 120 cm strekkende meter tafel op te nemen. Daarbij komt ook 1 datadoos en 1 noodstroom wcd.

Voorbeeld “Standard package” zuurkasten Standard package voorbeeld

Ook de demarcaties met de gebouwinstallaties worden in de DO-fase bepaald. Er is veel aandacht voor de hoeveelheid, locatie en luchttechnische gevolgen van opslagkasten voor chemicaliën en gasflessen in de DO-fase. De PGS-15 en Al18 vormen daar een goede leidraad voor. Daarnaast worden ook de werkbladen en de onderbouw- en hangkasten gedetailleerd.

De demarcatiepunten worden helder in de VLI-tekeningen aangeduid. Demarcatiepunten

De invulling van de gebruikers wordt door L3Q in de DWG’s overgenomen. De input is voor L3Q de bron om nauwkeurige inschattingen te maken van de investeringskosten en montagetijden. Ze vormen bovendien de basis van de DO-tekeningen die later, samen met het ruimteboek en het uitvraagdocument, leidend zijn voor de tender.

Voorbeeld DO tekening VLI Voorbeeld DO tekening